CTG stelt norm: niet elke rol van de arts is tuchtrechtelijk toetsbaar
maandag 11 mei 2026 Publicaties
Een uitspraak die richting geeft aan professionals die handelen vanuit een organisatorische of bestuurlijke functie.
Analyse van een recente uitspraak van het Centraal Tuchtcollege en de betekenis voor de zorgpraktijk
door Marouschka den Ouden, advocaat Medisch Tuchtrecht
Handelen buiten de behandelrelatie
In deze editie van Blik op Medisch Tuchtrecht staat een uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) centraal waarin de grenzen van het medisch tuchtrecht worden verduidelijkt. De zaak draaide om een internist die optrad als voorzitter van een calamiteitencommissie na het overlijden van een patiënt, en niet als behandelend arts.
De centrale vraag: valt het handelen van een arts in een organisatorische kwaliteitsrol onder de tuchtnormen van de Wet BIG?
De kern van de zaak
Na een complexe operatie overleed een patiënt enkele dagen later aan de gevolgen van een acute bilaterale pneumonie. De zoon van de patiënt diende een tuchtklacht in tegen de internist die betrokken was bij het calamiteitenonderzoek naar het overlijden.
De klacht richtte zich onder meer op:
-
de wijze waarop het calamiteitenonderzoek was uitgevoerd;
-
het al dan niet naleven van het interne maagretentieprotocol;
-
de zorgvuldigheid van de rapportage over de oorzaak van overlijden.
Het ging nadrukkelijk niet om het medisch handelen in de behandelrelatie, maar om de rol van de arts als voorzitter van de calamiteitencommissie.
Het oordeel van het Centraal Tuchtcollege
Het CTG toetste of het handelen van de internist viel onder één van de twee tuchtnormen van artikel 47 Wet BIG. Dat was volgens het college niet het geval.
Er bestond geen behandelrelatie met de patiënt, waardoor de eerste tuchtnorm niet van toepassing was. Ook de tweede tuchtnorm bood geen grond voor toetsing, omdat het handelen primair was gericht op kwaliteitszorg op instellingsniveau en onvoldoende verband hield met de individuele gezondheidszorg.
Het CTG verklaarde de klager daarom niet ontvankelijk in zijn klacht.
Wat kunnen zorgverleners hiervan leren?
Deze uitspraak is met name relevant voor zorgprofessionals die naast hun medische werkzaamheden ook organisatorische of bestuurlijke functies vervullen.
Belangrijke aandachtspunten:
-
Niet ieder handelen van een arts valt automatisch onder het medisch tuchtrecht.
-
Voor tuchtrechtelijke toetsing is de aard van de rol en het verband met individuele patiëntenzorg doorslaggevend.
-
Naleving van interne protocollen blijft essentieel, ook als het handelen mogelijk buiten het tuchtrecht valt.
-
Transparante communicatie met nabestaanden is cruciaal bij calamiteitenonderzoek.
De uitspraak maakt duidelijk dat bij organisatorische functies andere juridische kaders, zoals het klachtenrecht of civiel recht, een rol kunnen spelen.
Nieuwsbrief: Blik op Medisch Tuchtrecht
Elke maand publiceert Marouschka den Ouden de nieuwsbrief Blik op Medisch Tuchtrecht op LinkedIn, waarin zij recente uitspraken van het tuchtcollege toelicht en duidt. Met juridische context, praktische lessen en een heldere blik op de impact voor de zorgpraktijk.
Geïnteresseerd? Meld u dan hier aan: Abonneren op LinkedIn-nieuwsbrief
Uitspraak: Uitspraak - Overheid.nl | Tuchtrecht