Drugsverslaving en Defensie: hoe kijkt de rechter naar verslaving bij strafontslag?

Strafontslag Defensie

Voor militairen kan het gebruik van drugs grote gevolgen hebben. Zeker bij harddrugs wordt dit vrijwel altijd als wangedrag gezien met strafontslag als mogelijk gevolg. Maar wat als het gebruik komt door een verslaving? Wordt dat dan anders beoordeeld?

Verslaving als ziekte : wat betekent dat juridisch?

In de medische wereld wordt een verslaving gezien als een chronische ziekte. In het arbeidsrecht zien we daar ook de gevolgen van terug: zo bestaat er voor ambtenaren met een arbeidsovereenkomst recht op loondoorbetaling tijdens ziekte en kan de arbeidsovereenkomst niet zomaar worden beëindigd tijdens die ziekte (er geldt een ‘opzegverbod’). Dit kan vrij vergaande gevolgen hebben. De verslaving zelf mag geen grond vormen voor ontslag, maar ook een ontslag vanwege wangedrag dat verband houdt met de verslaving (en dus met ziekte) kan hierdoor onder het opzegverbod vallen. Ook geldt vaak dat deze ambtenaren pas mogen worden ontslagen als de werkgever voldoende heeft gedaan om de verslaafde werknemer te ondersteunen bij het herstel. (zie rechtsoverweging 3.9 van de volgende conclusie ECLI:NL:PHR:2019:1318, Parket bij de Hoge Raad, 19/00525, gevolgd door de Hoge Raad).

Andersom rust vervolgens ook op deze ambtenaren de verplichting om de verslaving te onderkennen en hulp te zoeken. Als een werknemer ontkent dat hij of zij een verslaving heeft, kan er geen hulp worden geboden bij dat probleem (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de rechtbank Rotterdam 31 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:7242). Pas dan wordt een verslaving dus toerekenbaar aan de werknemer in kwestie.

Striktere lijn in het militair ambtenarenrecht (en bij Defensie)

Militairen zijn uitgezonderd van het arbeidsrecht. Zij vallen onder het militaire ambtenarenrecht. De Centrale Raad van Beroep – de hoogste rechter in militaire ambtenarenzaken – ziet een verslaving niet als psychisch defect. Drugsgebruik kan ondanks de verslaving nog steeds aan de militair worden toegerekend.

Alleen als aangetoond kan worden dat er méér aan de hand is, bijvoorbeeld een depressie of ander psychisch probleem dat leidde tot de verslaving, kan dat anders liggen. De bewijslast hiervoor ligt bij de militair (zie bijvoorbeeld de volgende uitspraak ECLI:NL:CRVB:2008:BF4664, voorheen LJN BF4664, Centrale Raad van Beroep, 06-7176 MAW). Daarvoor zijn medische verklaringen nodig, bijvoorbeeld van een arts of psycholoog, maar ook verklaringen van collega’s kunnen helpen bij het onderbouwen.

Op basis van deze stukken moet het bestaan van een psychisch defect aannemelijk zijn. Daarnaast moet blijkt dat de militair door dit psychisch tekort zich niet meer bewust zou zijn geweest van zijn handelen of de gevolgen daarvan. Belangrijk is de vraag of hij of zij het ontoelaatbare van het drugsgebruik nog kon inzien en in staat was om daarmee te stoppen.

Het idee dat een militair "bewust gekozen heeft" voor drugsgebruik speelt vaak mee bij de beslissing van de commandant tijdens hoorzittingen. Maar rechters kijken verder en willen weten of er écht sprake was van een vrije keuze, of dat die keuze door de verslaving werd beïnvloed.

Geldt dit ook bij andere verslavingen?

Veel uitspraken gaan over een alcoholverslaving, maar ook bij een verslaving aan medicatie (ECLI:NL:RBDHA:2019:7926, Rechtbank Den Haag, AWB 17/7705, SGR 18/86 en SGR 18/88) of een gokverslaving (ECLI:NL:CRVB:2004:AR8768, Centrale Raad van Beroep, 03/2106 MAW en 03/2107 MAW) zit de rechter op deze lijn. Bij een drugsverslaving mag worden aangenomen dat de rechter hetzelfde beoordelingskader zal aanhouden.

De rechter oordeelt zelfstandig

Bij twijfels over de toerekenbaarheid kan een deskundigonderzoek duidelijkheid geven. Ook als een deskundige stelt dat het gedrag de militair (deels) niet kan worden toegerekend, zal de rechter zelf hierover een oordeel vormen. 

In een zaak waarin een medisch rapport wees op verminderde toerekeningsvatbaarheid, oordeelde de rechter onder andere op basis van verklaringen van collega’s anders. Niemand benoemde dat “de militair vergeetachtig was, niet adequaat functioneerde of signalen afgaf waaruit bleek dat hij zodanig overbelast was of onder invloed van medicatie of alcohol dat hij zich in het geheel of in overwegende mate niet meer bewust zou zijn van zijn handelen of de consequenties daarvan.” In deze zaak gaat de rechter uitgebreid in op de toerekenbaarheid en waarom het besluit tot strafontslag in dit geval in stand kon blijven. (ECLI:NL:RBDHA:2019:7926, Rechtbank Den Haag, AWB - 17 _ 7705, SGR 18/86 en SGR 18/88)

Wat was de rol van Defensie?

Strafontslag is een beslissing met grote gevolgen voor de militair. Zo’n beslissing moet wel in verhouding staan tot het verwijt dat de militair wordt gemaakt. Daarbij kijkt de rechter niet alleen naar het gedrag van de militair, maar ook naar de rol van de werkgever. Heeft de militair in een eerder stadium om hulp gevraagd? Is daarop adequaat gereageerd door Defensie? Als de werkgever tekort is geschoten, weegt dat mee bij de beoordeling of een strafontslag evenredig is.

Daarnaast moet een (ontslag)besluit zorgvuldig tot stand te komen. Daarbij moet alle beschikbare en deugdelijk vastgestelde informatie worden betrokken. Daaronder kan ook het medisch dossier van de militair vallen waaruit blijkt of Defensie tijdig en adequate heeft gereageerd op de hulpvraag (vgl. ECLI:NL:RBDHA:2024:16040, Rechtbank Den Haag, 24/7396)

Tot slot: laat u goed adviseren

Wordt u als militair geconfronteerd met een (voorgenomen) strafontslag vanwege middelengebruik? Neem dan tijdig contact op met een advocaat die bekend is met het militair ambtenarenrecht én de praktijk binnen Defensie. Hoe eerder u zich goed laat adviseren, hoe groter de kans dat u grip houdt op de uitkomst.

Heeft u vragen over dit onderwerp of wilt u weten wat wij voor u kunnen betekenen? Neem dan contact op met onze militair recht specialist Lotte Janse . Ambtenaren met een arbeidsovereenkomst kunnen voor vragen contact opnemen met Martijn Kager, gespecialiseerd arbeidsrechtadvocaat. 

Strafontslag Defensie

Martijn Kager
Vragen over dit artikel?
Neem contact op met Martijn Kager
Lotte Janse
Vragen over dit artikel?
Neem contact op met Lotte Janse
Deel dit artikel

Terug naar overzicht