Tussen triage en techniek: de grenzen van digitale beoordeling op de huisartsenpost
woensdag 3 juni 2026 Publicaties
Waarom een kortstondige visuele indruk de telefonische triage niet mag overrulen, en welke verantwoordelijkheid de dienstdoende huisarts houdt
Analyse van een recente uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
door Marouschka den Ouden, advocaat Medisch Tuchtrecht.
Digitale triage onder het vergrootglas
Beeldbellen is niet meer weg te denken uit de huisartsenzorg, met name op de huisartsenpost. Het biedt snelheid en laagdrempelig contact, maar roept ook juridische vragen op. Wat is de waarde van een korte visuele indruk wanneer die afwijkt van zorgvuldig vastgelegde triage-informatie?
In deze editie van Blik op Medisch Tuchtrecht staat een ingrijpende uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) centraal, naar aanleiding van het overlijden van een jong kind kort na een triagecontact en beoordeling via beeldbellen.
De kern van de zaak
De moeder van een jong meisje nam contact op met de huisartsenpost vanwege hoge koorts en een zieke indruk. De triagiste signaleerde onder meer mogelijke sufheid, een belangrijk alarmsymptoom bij jonge kinderen. Omdat dit telefonisch lastig te beoordelen is, werd de dienstdoende huisarts gevraagd het kind kort via beeldbellen te bekijken.
De huisarts keek enkele seconden naar het meisje en concludeerde dat geen sprake was van sufheid. Op basis daarvan werd de urgentie afgeschaald van U3 naar U5. Enkele dagen later overleed het kind. De moeder diende daarop een tuchtklacht in tegen de huisarts.
Van ongegrond naar gedeeltelijk gegrond
Het Regionaal Tuchtcollege verklaarde de klacht ongegrond en oordeelde dat de huisarts binnen zijn professionele autonomie mocht afgaan op zijn eigen beoordeling.
Het Centraal Tuchtcollege kwam in beroep tot een ander oordeel. Het CTG benadrukte dat:
-
een kort beeldbelmoment niet gelijkwaardig is aan een volledige klinische beoordeling;
-
telefonische triage-informatie, zeker bij ernstige signalen, niet mag worden overruled door een beperkte visuele observatie.
Volgens het CTG had de urgentie niet mogen worden afgeschaald op basis van enkele seconden beeld. De klacht werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard. Gezien de context en het ontbreken van opzet of structurele nalatigheid werd geen maatregel opgelegd.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Deze uitspraak geeft duidelijke richting aan zorgverleners op de huisartsenpost:
-
Triage-informatie vormt het uitgangspunt en verdient zwaar gewicht in de besluitvorming.
-
Beeldbellen is een waardevolle aanvulling, maar geen vervanging van klinisch oordeel of zorgvuldige triage.
-
Expliciete en volledige dossiervorming is essentieel, zeker bij afwegingen over urgentie en vervolgbeleid.
Het CTG onderkent de complexiteit en tijdsdruk van de huisartsenpost, maar benadrukt dat juist in acute situaties hoge eisen aan zorgvuldigheid blijven gelden.
Nieuwsbrief: Blik op Medisch Tuchtrecht
Elke maand publiceert Marouschka den Ouden de nieuwsbrief Blik op Medisch Tuchtrecht op LinkedIn, waarin zij recente uitspraken van het tuchtcollege toelicht en duidt. Met juridische context, praktische lessen en een heldere blik op de impact voor de zorgpraktijk.
Geïnteresseerd? Meld u dan hier aan: Abonneren op LinkedIn-nieuwsbrief
Uitspraak: Uitspraak - Overheid.nl | Tuchtrecht