Wie mag klagen namens een overleden patiënt?
maandag 8 september 2025
Vertegenwoordiging en ontvankelijkheid bij tuchtklachten
In de september editie van Blik op Medisch Tuchtrecht staat een principiële uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam centraal (ECLI:NL:TGZRAMS:2025:188). De zaak draait om de vraag of een nabestaande in deze specifieke situatie voldoende aannemelijk kan maken dat hij of zij handelt namens de wil van een overleden patiënt.
Een dochter diende een klacht in tegen de internist-nefroloog die jarenlang betrokken was bij de zorg voor haar moeder. Het college oordeelde dat zij niet-ontvankelijk was. Wat leidde tot dit oordeel en wat kunnen zorgverleners hiervan leren?
De casus: klacht na overlijden van de patiënte
De patiënte was sinds 2017 in behandeling bij een internist-nefroloog. Omdat de patiënte de Nederlandse taal niet machtig was, was bij ieder contact met het ziekenhuis ten minste één dochter aanwezig. De internist-nefroloog onderhield daarbij gestructureerd contact met de dochter die als eerste contactpersoon was geregistreerd.
Na het overlijden van de patiënte op 31 mei 2024 diende een andere dochter – de klaagster – een klacht in bij het tuchtcollege. Zij stelde dat er zonder medeweten van haar moeder medische besluiten zijn genomen, dat onjuiste informatie is genoteerd, en dat ten onrechte een second-opinion is geweigerd.
De beslissing: klacht niet-ontvankelijk
Het Regionaal Tuchtcollege verklaarde de klacht kennelijk niet-ontvankelijk. De kernoverweging: klaagster was niet de geregistreerde contactpersoon, had voorheen geen contact gehad met de internist, en kon niet aantonen dat zij namens de wens van de patiënte handelde.
Er was geen volmacht, geen wilsverklaring en geen steun van de andere familieleden. Daarmee ontbrak de juridische grondslag voor vertegenwoordiging van de overledene.
Ten overvloede stelde het college vast dat ook een inhoudelijke beoordeling niet tot gegrondverklaring zou hebben geleid. De internist-nefroloog had zorgvuldig en transparant gehandeld binnen het kader van advance care planning, overleg gevoerd met collega’s en afgestemd met de eerste contactpersoon van de patiënte.
Lessen voor de praktijk
Deze uitspraak onderstreept dat nabestaanden alleen ontvankelijk zijn in een klacht als zij kunnen aantonen dat zij namens de wil van de overleden patiënt handelen.
Voor zorgverleners benadrukt dit het belang van:
- heldere dossiervorming rond behandelafspraken en communicatie,
- een duidelijke registratie van contactpersonen, en
- vastlegging van eventuele wilsuitingen of vertegenwoordiging.
Zeker in situaties waarin taal- of cultuurverschillen een rol spelen, is het zorgvuldig vastleggen van wie waarvoor bevoegd is essentieel om juridische complicaties te voorkomen.
Vragen?
Heeft u vragen over medisch tuchtrecht of de juridische positie van zorgverleners in klachtenprocedures? Neem dan contact op met Marouschka den Ouden, advocaat Medisch Tuchtrecht.
Nieuwsbrief: Blik op Medisch Tuchtrecht
Elke maand publiceert Marouschka den Ouden de nieuwsbrief Blik op Medisch Tuchtrecht op LinkedIn, waarin zij recente uitspraken van het tuchtcollege toelicht en duidt. Met juridische context, praktische lessen en een heldere blik op de impact voor de zorgpraktijk.
Geïnteresseerd? Meld u dan hier aan: Abonneren op LinkedIn-nieuwsbrief
Uitspraak inzien – ECLI:NL:TGZRAMS:2025:188