Zachte landing bij einde handhavingsmoratorium schijnzelfstandigheid
maandag 23 december 2024 Blog
In de media, diverse blogs en artikelen is de afgelopen tijd veel aandacht besteed aan de gevolgen van het beëindigen van het zogenaamde handhavingsmoratorium ter zake van schijnzelfstandigen. Enigszins opmerkelijk is dit wel omdat de regelgeving feitelijk niet is gewijzigd. De Belastingdienst heeft alleen maar aangekondigd dat zij na ruim acht jaar de wet weer gaat handhaven.
Gezien de enorme stijging van het aantal zzp’ers in Nederland en de beoordeling wanneer nu sprake is van een dienstbetrekking en daadwerkelijk een overeenkomst van opdracht is niet in alle gevallen, altijd gemakkelijk te maken, is de onrust over dit vraagstuk wel begrijpelijk.
Veel ondernemers zijn nu dan ook bezig hun arbeidsrelaties te inventariseren en te (her)beoordelen of die relaties niet als een dienstbetrekking moeten worden aangemerkt.
Dit stuk gaat niet over de vraag wanneer er sprake is van schijnzelfstandige en wanneer niet, maar ziet op het handhavingsbeleid van de Belastingdienst.
Recent heeft de Belastingdienst het Handhavingsplan arbeidsrelaties tranche 2025 gepubliceerd, waarin de Belastingdienst de gevolgen van het einde van het handhavingsmoratorium nader uiteenzet.
Geen terugwerkende kracht tot voor 1 januari 2025 en geen boetes in 2025
De Belastingdienst geeft aan in 2025 geen extra onderzoek naar schijnzelfstandigen te zullen verrichten, maar wel de ‘normale’ handhavingsactiviteiten zoals bedrijfsbezoeken en boekenonderzoeken zal uitvoeren. Bij bedrijfsbezoeken zal de Belastingdienst de ondernemer in eerste instantie alleen nader informeren over de risico’s van schijnzelfstandigheid. Dit is feitelijk een waarschuwing.
Als de Belastingdienst echter de indruk heeft, dat er sprake is grote risico’s of daadwerkelijk van werken met schijnzelfstandigen, dan kan dat leiden tot een boekenonderzoek.
Indien in dat onderzoek daadwerkelijk wordt vastgesteld dat er sprake is van schijnzelfstandigheid, dan kan door de Belastingdienst een naheffingsaanslag worden opgelegd. Die aanslagen zullen echter niet worden opgelegd voor de periodes die zien op de periode van vóór 1 januari 2025, tenzij er sprake is van zogenaamde kwaadwillendheid. Van kwaadwillendheid kan sprake zijn indien er willens en wetens een arbeidsrelatie ten onrechte niet als een dienstbetrekking wordt aangemerkt. Mede omdat de Belastingdienst zal moeten bewijzen dat er sprake is van kwaadwillendheid, wat vaak lastig is, is door de Belastingdienst in slechts enkele gevallen het standpunt ingenomen dat sprake was van kwaadwillendheid.
In de gevallen dat de Belastingdienst reeds voor 1 januari 2025 een aanwijzing heeft gegeven dat een bepaalde relatie als een dienstbetrekking diende te worden aangemerkt en daar geen gehoor aan is gegeven, kan de Belastingdienst ook verder teruggaan dan 1 januari 2025 (maximaal tot moment aanwijzing).
Naar aanleiding van een recente motie in Tweede Kamer is voorts bepaald dat in 2025 geen verzuim -en geen vergrijpboetes zullen worden opgelegd.
Vanaf 2026 zal de Belastingdienst, indien zij constateert dat er sprake is van schijnzelfstandigheid, boetes kunnen opleggen. Dat kunnen dan zowel verzuim- als vergrijpboetes zijn.
Vooroverleg en Gebruik Modelovereenkomsten geldig tot 31 december 2029
Naast de veranderingen op het gebied van handhaving van schijnzelfstandigheid, heeft de Belastingdienst zich ook nader uitgelaten over het gebruik van de modelovereenkomsten en de mogelijkheid tot vooroverleg.
De Belastingdienst geeft aan dat situaties voorgelegd kunnen worden aan de Belastingdienst. Daartoe kan een afzonderlijk verzoek worden ingediend. Van belang is wel dat een dergelijke verzoek volledig is en de Belastingdienst heeft een checklist gepubliceerd aan welke voorwaarden een dergelijk verzoek ten minste moet voldoen; Checklist Verzoek vooroverleg loonheffingen - Beoordeling arbeidsrelatie.
Ook ten aanzien van de uitkomst van het vooroverleg is wel van belang dat de feitelijke situatie exact moet overeenstemmen met de situatie zoals die in het vooroverleg is beschreven. De streeftermijn van de behandeling van een verzoek om vooroverleg bedraagt 8 weken, maar de Belastingdienst geeft aan zelf ook een aanzienlijke toestroom van deze verzoeken te verwachten, waardoor die streeftermijn weleens behoorlijk overschreden zal kunnen gaan worden.
Vanaf 6 september 2024 is de Belastingdienst gestopt met het goedkeuren en verlengen van modelovereenkomsten. Desondanks kunnen zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers nog gebruik maken van bestaande, goedgekeurde modelovereenkomsten tot 31 december 2029, - althans voor periode dat de modelovereenkomst is goedgekeurd - onder de voorwaarde dat deze voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. Van belang is wel dat de feitelijke situatie overeenstemt met de bepalingen in de goedgekeurde overeenkomt. Dit biedt derhalve enige zekerheid voor de komende jaren. De toetsing van de feitelijke situatie is echter essentieel en doorslaggevend. Deze feitelijk situatie is nu vaak juist de bron van discussie. Een goedgekeurde modelovereenkomst volstaat derhalve niet en u zal de feitelijke situatie moeten beoordelen.
Webmodule beoordeling arbeidsrelatie en mogelijkheid tot vooroverleg
Voor een indicatie van de juiste kwalificatie van een arbeidsrelatie kunnen zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers gebruik maken van de “Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie” van de Belastingdienst. Deze webmodule helpt bij het bepalen of de arbeidsrelatie correct is geclassificeerd, zodat beide partijen zeker weten of er sprake is van een zelfstandige situatie of een dienstverband.
Gevolgen herbeoordeling van ZZP-contracten
Aan het handhavingsmoratorium komt per 1 januari 2025 echt een einde. Dit impliceert dat indien u gebruik maakt van overeenkomsten van opdracht die aangemerkt moeten worden als een dienstbetrekking, u geconfronteerd zal kunnen worden met naheffingsaanslagen. Er zullen alleen in zeer sporadische gevallen (kwaadwillendheid) boetes worden opgelegd.
Van een jacht op zelfstandigen zoals in de media weleens is gesuggereerd, zal geen sprake zijn. Dat neemt niet weg dat u daadwerkelijk goed naar uw arbeidsrelaties zal moeten kijken.
De gefaseerde handhaving van schijnzelfstandigheid biedt bedrijven de mogelijkheid om hun arbeidsrelaties op een zorgvuldige manier in lijn te brengen met de wetgeving, zonder direct geconfronteerd te worden met boetes.
Bovendien biedt de mogelijkheid om bestaande modelovereenkomsten tot 2029 te blijven gebruiken stabiliteit in een periode van verandering. De beschikbaarheid van de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie en de optie voor vooroverleg bieden extra handvatten om de juiste kwalificatie van arbeidsrelaties te waarborgen.
Voor zowel werkgever/opdrachtgever en zelfstandigen is het belangrijk om niet alleen te begrijpen wat deze veranderingen voor u en uw organisatie betekenen, maar ook tijdig in actie te komen. In veel gevallen zal de conclusie zijn dat de overeenkomst van opdracht voldoet aan de criteria van een arbeidsovereenkomst. U zult dan moeten nadenken of en zo ja hoe u die relatie wil continueren. Van belang is daarbij te realiseren dat de beoordeling van de arbeidsrelatie niet alleen fiscale consequenties heeft, maar ook arbeidsrechtelijke gevolgen waaronder begrepen de mogelijke gevolgen voor pensioenaanspraken.
Voor meer vragen en informatie over de beoordeling van arbeidsrelaties voor uzelf of uw organisatie kunt u contact opnemen met uw contactpersoon bij Delissen Martens advocaten belastingadviseurs mediators dan wel Ivo Jansens.