Loonbelasting

Belastingplan 2026

Aof- en Awf-premies 

De Aof-premies dalen licht. Voor kleine werkgevers daalt het tarief van 6,28 naar 6,26 procent, voor grote werkgevers van 7,64 naar 7,61 procent. Dit zorgt voor een kleine verlaging van de premielasten voor arbeidsongeschiktheid. De premie Awf blijft ongewijzigd. 

Afschaffing loonkostenvoordeel ouderen* 

Vanaf 1 januari 2026 geldt er geen loonkostenvoordeel (LKV) meer voor werknemers van 56 jaar of ouder op of na 1 januari 2024 in dienst zijn gekomen. Voor dienstbetrekkingen die vóór 1 januari 2024 zijn begonnen, blijft het voordeel wel van toepassing. 

Eindheffing bij ter beschikking stellen van fossiele personenauto’s vanaf 2027 

Vanaf 2027 geldt een pseudo-eindheffing in de loonbelasting voor fossiele personenauto’s die aan werknemers ter beschikking worden gesteld voor privégebruik of woon-werkverkeer. Deze pseudo-eindheffing dient door de werkgever te worden afgedragen. Auto’s die voor 2027 zijn verstrekt, vallen gedurende de overgangsperiode niet onder deze regeling. Deze overgangsperiode loopt tot 17 september 2030, vanaf dat moment geldt de pseudo-eindheffing voor alle fossiele personenauto’s die voor privégebruik of woon-werk ter beschikking staan. 

Het tarief van de pseudo-eindheffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde voor personenauto’s jonger dan 25 jaar, en 12% van de waarde in het economische verkeer voor auto’s van 25 jaar of ouder. 

Deze heffing komt bovenop de bijtelling die de werknemer in aanmerking moet nemen voor het privégebruik van een ter beschikking gestelde auto. Hierdoor wordt het voor werkgevers minder aantrekkelijk om een personenauto met fossiele brandstof aan medewerkers ter beschikking te stellen.. 

Bijtelling auto* 

Vanaf 2026 geldt voor nieuwe elektrische auto’s hetzelfde bijtellingspercentage als voor nieuwe niet-elektrische auto’s: 22% van de cataloguswaarde. In de afgelopen jaren werd de bijtelling voor elektrische auto’s stap voor stap verhoogd, waardoor er vanaf 2026 geen verschil meer is tussen elektrische en niet-elektrische voertuigen. 

Regeling voor vervroegd uittreden (RVU) 

De eindheffing die een inhoudingsplichtige moet afdragen over uitkeringen die als zogenoemde regeling voor vervroegde uittreding (RVU) worden aangemerkt, worden vanaf 1 januari 2026 belast tegen 57,7%, in plaats van het huidige 52%. Dit percentage loopt verder op tot 64% in 2027 en tot 65% in 2028. 

De in de wet opgenomen vrijstelling van de RVU-regeling wordt gecontinueerd. Deze vrijstelling houdt in dat als een werknemer tot maximaal drie jaar voor de AOW-leeftijd met  tot een in de wet gemaximeerd bedrag ontvangt, de eindheffing niet van toepassing. Deze drempelvrijstelling wordt ook nog licht verhoogd. 

Tot slot wordt er gezorgd voor monitoring en een driejaarlijkse toetsing om te bezien of de regeling gehandhaafd moet worden. 

Geen bijtelling voor zakelijke fietsen  

Wanneer een werknemer gebruikmaakt van een zakelijke fiets die minder dan 10% van de tijd thuis wordt gestald, bijvoorbeeld op een werkplek of mobiliteit hub, geldt er geen bijtelling. Deze regel geldt met terugwerkende kracht tot de invoering van de bijtellingsregeling voor fietsen op 1 januari 2020. 

Versobering ETK-regeling (extra territorale kosten) 

Voor werkgevers bestaat de mogelijkheid om werknemers de extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst in het kader van de dienstbetrekking onbelast te vergoeden Dit heet de extraterritoriale kostenregeling (ETK) en is bedoeld om een eerlijk speelveld te creëren tussen werknemers die wel en niet met dergelijke kosten te maken hebben. 

Het kabinet constateert echter dat er momenteel geen gelijk speelveld is en stelt daarom voor om de ETK-regeling te versoberen. Vanaf 2026 vallen de extra kosten van levensonderhoud, zoals gas, water, elektriciteit en andere nutsvoorzieningen, en de extra gesprekskosten voor privécontact met het land van herkomst, niet langer onder de onbelaste vergoedingen. Dit heeft geen gevolgen voor de expats die gebruiken maken van de 30%-regeling. 

Toelatingsstelsel voor uitzendbureaus* 

Uitzendondernemingen mogen alleen nog opereren met een officiële toelating op basis van de NEN-4400-norm. Dit moet leiden tot meer controle en betrouwbaarheid in de uitzendsector. Het wetsvoorstel heeft als beoogde inwerkingtredingsdatum 1 januari 2027 

Heeft u vragen?

Neem contact met ons op

Ivo Janssens
Vragen over dit rechtsgebied?
Neem contact op met Ivo Janssens

Team belastingrecht

Ivo Janssens

Advocaat/Belastingadviseur/Partner

Arjan de Vos

Belastingadviseur

Actueel

Bij de tijd

dinsdag 25 maart 2025

Aandacht voor de financiering van werknemersparticipaties

werknemersparticipaties

Werknemersparticipatie is een veel gebruikt middel om werknemers te stimuleren, te belonen en te   binden aan de onderneming. Er zijn diverse vormen van werknemersparticipaties. Bij bepaalde vormen van werknemersparticipaties wordt ook een daadwerkelijke investering verwacht. Lees er meer over in deze blog. 

dinsdag 11 juni 2024

Uitspraken Hoge Raad 6 juni 2024: voor box 3 is werkelijk rendement bepalend

werkelijk rendement | Delissen Martens

Op 6 juni 2024 heeft de Hoge Raad in vijf zaken bepaald dat een belastingplichtige die in box 3 een lager rendement heeft behaald dan het fictieve rendement, alleen belast mag worden voor het daadwerkelijk behaalde rendement. Dat betekent dat de herstel- en overbruggingswetgeving die inmiddels in werking was getreden in strijd wordt geacht met het EVRM en het Eerste Protocol bij het EVRM. Dat is nogal wat. Deze blog gaat kort in op wat er is voorafgaan aan deze uitspraak en wat de gevolgen ervan zijn voor de praktijk.