Brexit en de gevolgen voor u

Brexit en de gevolgen voor u

Particulieren

Door het groeiend aantal internationale gezinnen – naar schatting zo’n 16 miljoen - zijn grensoverschrijdende geschillen over (familie)rechtelijke kwesties in de EU toegenomen. De Brexit is daarin een extra complicerende factor. Het aantal internationale echtscheidingen in de EU bedraagt nu ongeveer 140.000 per jaar. Het aantal kinderen geboren uit relaties tussen ongehuwde ouders met verschillende nationaliteiten is ook toegenomen. Verder zijn er in de EU jaarlijks ongeveer 1800 gevallen van kinderontvoering.[1]

Bedrijven

Het CPB heeft in juni 2016 onderzoek gedaan naar de gevolgen van een aantal verschillende vormen van een nieuwe relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. Met als uitkomst dat Brexit Nederland miljarden euro’s kost door minder handel met het Verenigd Koninkrijk. Uit vele studies blijkt dat de Brexit een negatief effect heeft op de Britse economie. 

Nederland exporteerde in 2015 voor ruim € 52 miljard naar het Verenigd Koninkrijk en heeft daar ruim € 20 miljard aan verdiend. Daarmee is het Verenigd Koninkrijk, samen met Duitsland, de belangrijkste exportbestemming voor Nederland.

Positie Verenigd Koninkrijk binnen EU

Het Verenigd Koninkrijk had altijd al een bijzondere positie binnen de EU. Het Verenigd Koninkrijk en Ierland hebben een zogenaamde “opt-in“ bedongen. Dat betekent dat het Verenigd Koninkrijk en Ierland in beginsel niet deelneemt aan de aanneming van EU regelgeving, tenzij zij binnen drie maanden na de indiening van een initiatief tot regelgeving alsnog aangeeft daaraan deel te willen nemen. Daardoor kan het Verenigd Koninkrijk zelfstandig beslissen of het bepaalde EU-regelgeving wel of niet wil toepassen binnen het Verenigd Koninkrijk.

Op 23 juni 2016 stemde de Britse bevolking in een referendum voor uittreding uit de Europese Unie. Op 29 maart 2017 gaf het Verenigd Koninkrijk officieel te kennen de EU te willen verlaten, de zogenaamde artikel 50-verklaring. Dat betekent dat het Verenigd Koninkrijk uiterlijk op 29 maart 2019 geen onderdeel meer zal uitmaken van de EU.

Wat betekent dit voor u?

Voorlopig verandert er niets…  

Op de korte termijn, zo lang de onderhandelingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie nog gaande zijn, verandert er niets voor burgers en bedrijven in het Verenigd Koninkrijk en de andere EU-lidstaten.

Voor zover het Verenigd Koninkrijk deelneemt aan de EU-regelgeving via de zogenaamde “opt-in” procedure, blijft die van toepassing en kunnen burgers en bedrijven daarop een beroep blijven doen. Het Verenigd Koninkrijk is nog steeds volwaardig lid van de Europese Unie en zal dat in ieder geval blijven tot 29 maart 2019 – twee jaar nadat het Verenigd Koninkrijk te kennen heeft gegeven de EU te willen verlaten – of tot zodanige datum als het Verenigd Koninkrijk en de EU een overeenkomst hebben gesloten over de uittreding uit de EU, de zogenaamde artikel 50-procedure. Dat een dergelijke overeenkomst nog voor 29 maart 2019 zal worden gesloten lijkt met het vorderen van de tijd steeds onwaarschijnlijker te worden.

Ten aanzien van de EU-Regelgeving waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt en ten aanzien van de verdragen, die zelfstandig door het Verenigd Koninkrijk zijn gesloten zal de Brexit geen gevolgen hebben. De EU regelgeving had immers al geen werking in het Verenigd Koninkrijk en voor zover het Verenigd Koninkrijk de bevoegdheid had zelfstandig verdragen te sluiten brengt de Brexit geen verandering in die bevoegdheid.  

Overgangsperiode (29 maart 2019 tot ???)

De kans dat het Verenigd Koninkrijk en de EU er in zullen slagen voor de fatale datum van 29 maart 2019 een allesomvattende regeling te sluiten over de uittreding van het Verenigd Koninkrijk lijkt steeds onwaarschijnlijker. Zowel vanuit het Verenigd Koninkrijk als binnen de EU gaan stemmen op een overgangsfase overeen te komen, zolang als de onderhandelingen nog niet definitief afgerond zijn en de implementatie van de uittredingsovereenkomst nog niet voltooid is. Daarmee zou de Brexit een “zachte landing” moeten krijgen. Of dit ook zal gebeuren is onduidelijk. Artikel 50 lid 3 Verdrag van de EU laat alleen ruimte voor een langere onderhandelingstermijn dan twee jaar, als alle lidstaten daartoe unaniem besluiten: het Verenigd Koninkrijk moet instemmen met een dergelijk verlengingsvoorstel en de andere lidstaten moeten daar vervolgens unaniem positief op beslissen.

Hoe de rechtsbescherming er in deze overgangsfase uit zal zien is giswerk, maar een mogelijke optie zou kunnen zijn dat de status quo blijft gelden, met dien verstande dat het Verenigd Koninkrijk dan geen volwaardig EU-lidstaat meer is. Dat roept echter ook allerlei vragen op. Mag het Verenigd Koninkrijk nog een rechter afvaardigen naar het Hof van Justitie van de EU in Luxemburg? Mag het Verenigd Koninkrijk nog haar zienswijze naar voren brengen in procedures tussen een EU-onderdaan en een andere lidstaat?  In zijn algemeenheid, heeft het Verenigd Koninkrijk nog invloed op herziening van bestaande EU-wetgeving dan wel de ontwikkeling van nieuwe EU-regelgeving?

Na de Brexit…

Het Verenigd Koninkrijk heeft in de EU Withdrawal Bill voorgesteld alle huidige EU wetgeving om te zetten in nationale wetgeving. Nadeel van dit voornemen is dat die nationale wetgeving alleen in het Verenigd Koninkrijk zal gelden. Buiten het Verenigd Koninkrijk kan men zich dan ook niet op die nationale wetgeving beroepen. Er is ook geen verplichting van EU-lidstaten om bijvoorbeeld Britse rechterlijke uitspraken nog automatisch te erkennen, temeer niet om dat in dezelfde EU Withdrawal Bill nadrukkelijk wordt uitgesloten dat het Europese Hof van Justitie van de EU in Luxemburg als hoogste rechter in Europese geschillen tussen burgers en bedrijven uit het Verenigd Koninkrijke en andere EU lidstaten zal kunnen oordelen.

Met andere woorden, het Verenigd Koninkrijk wordt volgens haar eigen wetsvoorstel verplicht het EU-recht over te nemen in de eigen wetgeving en toe te passen, de uitspraken van de rechters uit de 27 EU-lidstaten automatisch te erkennen en ten uitvoer te leggen, maar diezelfde verplichting bestaat niet voor de overige 27 EU-staten. Deze verplichting is immers gebaseerd op regelgeving, die alleen in het Verenigd Koninkrijk geldt en niet op een verdrag met de EU. Bovendien zal er op termijn verschil gaan ontstaan tussen het EU-recht en het Britse “geadopteerde EU-recht”. Dat EU-recht zal immers onderhevig zijn aan wijzigingen, bijvoorbeeld herziening als gevolg van de resultaten en aanbevelingen uit de consultatie en evaluatieprocedures over de werking van EU-verordeningen. Die herziening zal niet meer één op één doorgevoerd worden in de Britse wetgeving. Daarnaast zal er ook nieuw EU-recht worden ingevoerd, dat niet zal gelden in het Verenigd Koninkrijk. Dit scenario leidt waarschijnlijk tot een verslechtering van de internationale rechtsbescherming van de burgers in het Verenigd Koninkrijk vergelijkbaar met het “no deal” scenario van de harde Brexit. De Britten gaan er evident op achteruit als zij zich louter op Britse regels moeten (gaan) verlaten.

Het andere scenario is het scenario van de harde Brexit, het zogenaamde “no deal” scenario, waar vooral de hardliners van de Brexit zich sterk voor maken. Onder dit scenario wordt er tussen het Verenigd Koninkrijk en de 27 EU-lidstaten geen exit-regeling overeengekomen, maar vervalt de werking van alle bestaande EU-regelgeving op 29 maart 2019, zonder dat daar iets voor in de plaats komt. Het Verenigd Koninkrijk zal dan terug moeten vallen op bestaande verdragen, waar zij al partij bij zijn of moeten toetreden tot verdragen, die een alternatief kunnen bieden voor het wegvallen van EU-regelgeving. De EU wet- en regelgeving biedt vergaande samenwerking tussen de EU-lidstaten en bescherming aan EU-burgers, die zich niet eenvoudig laat vervangen door bijvoorbeeld Haagse Verdragen. De (internationale) rechtsbescherming van de burgers in het Verenigd Koninkrijk zal in deze situatie afnemen ten opzichte van de huidige situatie. Het recht op vrij verkeer van personen en goederen (de interne markt) geldt dan immers niet meer in relatie tot het Verenigd Koninkrijk.

Wat de werkelijke impact zal zijn van de Brexit voor burgers en bedrijven zal de toekomst moeten uitwijzen. Het zal in ieder geval aanzienlijk gecompliceerder worden. Parallel lopende rechterlijke procedures in het Verenigd Koninkrijk en EU-lidstaten liggen in het verschiet met alle onduidelijkheid en onzekerheid voor burgers en bedrijven tot het gevolg. Disputen die we door invoering van EU regelgeving nu juist hadden teruggedrongen.

(Deze pagina zal regelmatig aangepast worden als er nieuwe ontwikkelingen zijn in het Brexit proces)

 


[1] The proposed new rules of the Brussels IIa Regulation: Questions & Answers, Persbericht Europese Commissie van 30 juni 2016, MEMO/16/2359, Brussel.

 

Linkedin Twitter