De voetbaltackle buitenspel gezet door de strafrechter?

De voetbaltackle buitenspel gezet door de strafrechter?

Het is nota bene Niels Kokmeijer die in het Algemeen Dagblad van 31 augustus 2017 het volgende citaat laat optekenen naar aanleiding van een recent arrest van het gerechtshof Den Haag over een voetbaltackle: 'een goed uitgevoerde tackle is onderdeel van het voetbal. Voetbal zonder tackle kan ik mij niet voorstellen.'
 
De naam Niels Kokmeijer staat voor veel voetballiefhebbers in het geheugen gegrift. In 2004 moest hij noodgedwongen zijn profcarrière beëindigen na een dubbele beenbreuk die hij opliep door een tackle van een tegenstander. De kwestie deed destijds veel stof opwaaien. Niet in de laatste plaats omdat de zaak ook een strafrechtelijk gevolg kreeg, helemaal tot de Hoge Raad.
 
Op 21 augustus 2017 is een amateurvoetballer door het hof Den Haag tot een taakstraf van honderd uur veroordeeld voor mishandeling. Daarnaast moet hij de schade van bijna 9.000 euro vergoeden. Deze mishandeling bestond uit het tackelen van een tegenstander waardoor deze een dubbele beenbreuk opliep. In diverse media werd - onder meer door advocaten - daarop de vraag opgeworpen of deze uitspraak verstrekkende gevolgen zou hebben voor het (amateur)voetbal.

"Soms wordt de actie die tot de blessure leidt bestraft als overtreding, soms ook niet. De vraag is dan wanneer zo'n actie tot strafrechtelijke aansprakelijkheid kan leiden"
 

Geen gevolgen

Om die vraag meteen maar te beantwoorden: nee. De uitspraak van het hof Den Haag is namelijk bepaald niet uniek. In de afgelopen jaren zijn er wel meer strafzaken geweest waarbij voetbaltackles met letsel tot gevolg als (zware) mishandeling zijn gekwalificeerd. Sterker nog, er zijn uitspraken waar een tackle is bestraft als het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel door schuld. Dat wil zeggen niet opzettelijk gepleegd, maar door ‘aanmerkelijk onvoorzichtig’ gedrag. Ook een gang naar de civiele rechter is niet heel ongebruikelijk in dit soort kwesties. Geen van deze uitspraken, die niet meer of minder spraakmakend zijn dan deze recente, heeft geleid tot een significante verandering met betrekking tot het gebruik van tackles in het voetbal.
 
Niettemin is het arrest interessant genoeg omdat er wel degelijk elementen in zitten die vragen oproepen. Immers, slidings en tackles zijn aan de orde van de dag in het voetbal. Blessures eveneens. Soms wordt de actie die tot de blessure leidt bestraft als overtreding, soms ook niet. De vraag is dan wanneer een actie zodanig is dat die tot strafrechtelijke aansprakelijkheid kan leiden.

Geen andere maatstaven

Om meteen maar een mogelijk misverstand uit de weg te helpen, het is niet omdat een incident zich in een sportsituatie afspeelt, er dan andere strafrechtelijke maatstaven gelden. Net als in alle andere situaties zal bepaald moeten worden of een gedraging al dan niet opzettelijk is verricht en of deze wederrechtelijk is.
  
De Hoge Raad formuleert het in de zaak Kokmeijer aldus:

'Voorop moet worden gesteld dat de omstandigheid dat een gedraging is verricht in een sport- of spelsituatie, geen zelfstandige factor bij de beoordeling van het ten laste gelegde opzet is, in die zin dat die omstandigheid tot een beoordeling aan de hand van andere maatstaven zou dienen te leiden, dan indien het gaat om een gedraging die buiten zo'n situatie is verricht.'
 
En:

'De deelnemers aan een sport, zoals voetbal, hebben immers tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen waartoe het spel uitlokt over en weer van elkaar te verwachten, terwijl bij een door duidelijke spelregels afgebakende sport die spelregels mede van belang zijn voor het bepalen van de grenzen van de wederrechtelijkheid. Dat geldt echter in de regel niet voor gedragingen die los staan van een spelsituatie waarbij een speler een andere speler letsel toebrengt, terwijl bij gedragingen die in een spelsituatie plaatsvinden, een speler de spelregels op dusdanige wijze kan schenden en zo gevaarlijk kan handelen dat van het ontbreken van wederrechtelijkheid geen sprake kan zijn.'

"Van opzet is sprake indien iemand met zijn gedraging op zijn minst genomen de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg op de koop toeneemt"
 

Met name de vraag naar het opzet is dus niet wezenlijk anders dan in 'gewone' gevallen. Wel is de wederrechtelijkheid wel degelijk afhankelijk van de aard van de sport en de daarin geldende regels en de mate waarin die overtreden zouden zijn. Van opzet is sprake indien iemand met zijn gedraging op zijn minst genomen de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg op de koop toeneemt. Strafrechtjuristen noemen dat voorwaardelijk opzet. 

Gekleurde getuigenverklaringen

Hierin zijn dus twee elementen van belang, te weten de grootte van de kans op een bepaald gevolg en de vraag of die kans voor lief is genomen. Beide zijn in de praktijk problematisch. In de eerste plaats omdat voor het bepalen van beide aspecten de rechter afhankelijk is van de geleverde bewijsmiddelen. De praktijk laat zien dat de rechter die te oordelen heeft in een zaak zonder videobeelden aangewezen is op getuigenverklaringen. Niet zelden worden de waarnemingen van deze getuigen gekleurd door het tenue van de club waartoe zij behoren. Los daarvan geldt dat getuigenbewijs überhaupt van zeer beperkte waarde is in situaties waarin het op details aankomt in zeer hectische omstandigheden.
 
In de tweede plaats is het uiteindelijk maar een slag in de lucht op basis waarvan de rechter vaststelt dat de kans op letsel door een bepaalde actie een aanmerkelijke kans is. Het is onbekend hoeveel tackles er ieder weekend op alle voetbal velden uitgevoerd worden, laat staan hoeveel daarvan tot (ernstig) letsel leiden. Ik durf de stelling aan dat het eerste getal relatief hoog ligt, en het tweede desondanks laag.

"Als het er opzettelijk uitziet, dan is het opzettelijk"
Ten derde is het problematisch omdat het maar zeer de vraag is of een speler in het kader van een wedstrijd – of het nu op professioneel niveau is of in de 'derde klasse onderbond' – een ernstige blessure van zijn tegenstander echt voor lief neemt. Er is namelijk een subtiel, maar niet onbelangrijk verschil met bewuste schuld. Bij zowel (voorwaardelijk) opzet als bij bewuste schuld is de betrokkene zich bewust van het risico van het intreden van het gevolg. Bij opzet is dat gevolg echter irrelevant voor de betrokkene, hij verricht de handeling toch wel. Bij bewuste schuld is de redenering veeleer: de kans is er, maar ik denk niet dat het gebeurt.

 
De meeste verdachten zullen zich in hun verklaring in de laatste zin uitdrukken, maar strafrechters hebben daarvoor een oplossing gevonden in de figuur van de uiterlijke verschijningsvorm. Die komt er kort gezegd op neer: als het er opzettelijk uitziet, dan is het opzettelijk.

Toeval

Toch is die laatste oplossing te gemakkelijk. Er mag namelijk niet uit het oog worden verloren dat niet alles is wat het lijkt. Niet iedere voetballer is namelijk in staat een goedbedoelde tackle op de bal tijdig, correct en afgemeten uit te voeren. En zelfs als hij of zij daartoe in staat zou zijn, welk toeval bepaalt dan dat niet net de bal of het losse been, maar het standbeen wordt geraakt?
 
Enigszins anders ligt het bij de vraag naar de wederrechtelijkheid. De hiervoor geciteerde overweging van de Hoge Raad maakt duidelijk dat niet iedere gevaarzettende gedraging zonder meer strafrechtelijke aansprakelijkheid met zich mee zal brengen. Dat is op zichzelf logisch nu nagenoeg iedere (contact)sport het risico in zich houdt op blessures die terug te voeren zijn op acties van de tegenstander. Dat betekent dat al dan niet opzettelijk toegebrachte blessures die optreden tijdens of door een 'normaal' contact met de tegenstander niet snel onrechtmatig zullen zijn.

Wanneer normale spelsituatie?

Anders wordt het als er blessures ontstaan buiten de normale spelsituatie, of in zo’n situatie, maar door een schending van de spelregels. De hamvraag is dan natuurlijk wanneer van een normale spelsituatie geen sprake meer is, of hoe groot de schending van de spelregels moet zijn om de actie wederrechtelijk te doen zijn. Evidente gevallen zoals natrappen of het schoppen of slaan van een tegenstander tijdens een dood spelmoment laten zich redelijk eenvoudig duiden. 

 

"Zelfs het niet opzettelijk veroorzaken van (zwaar) letsel kan tot strafrechtelijke aansprakelijkheid leiden"
 

Lastiger zijn de acties waarmee de spelregels overtreden worden. Niet iedere actie die een overtreding oplevert, is meteen ook wederrechtelijk in die mate dat van strafrechtelijke aansprakelijkheid sprake is. Er is in zijn algemeenheid geen specifieke grens aan te geven welke mate van overtreding strafrechtelijk aansprakelijk maakt. In de gepubliceerde rechtspraak naar aanleiding van voetbaltackles is veelal sprake van een flagrante schending van de regels, zoals bijvoorbeeld een tackle van achteren, met twee gestrekte benen, bewust op het standbeen of in de situatie dat de bal überhaupt meer te spelen was.

Niets nieuws

In zoverre past de recente uitspraak in de Schoonhovense zaak naadloos in de eerdere reeks uitspraken en is er niets nieuws onder de zon. Zoals gezegd, zelfs het niet opzettelijk veroorzaken van (zwaar) letsel kan tot strafrechtelijke aansprakelijkheid leiden. De rode draad die in alle uitspraken te zien is, is dat de betreffende actie veelal een forse spelregelovertreding inhoudt. Het is veeleer afhankelijk van de vraag of er aangifte wordt gedaan en vervolgens of de gang van zaken voldoende bewijsbaar is om tot een strafrechtelijke veroordeling te komen. 
 
Al met al is de ophef om de recente uitspraak dus niet terecht. Niet in de laatste plaats omdat veel voetballers die ieder weekend de wei ingaan zich weinig gelegen laten liggen aan rechterlijke uitspraken als deze. Sterker nog, te vrezen valt dat de impact van het gedrag van voetballers op televisie vele malen groter is. Goed voorbeeld doet goed volgen.

Hendrik Sytema is als strafrechtadvocaat werkzaam bij Delissen Martens Advocaten in Den Haag. Daarnaast is hij o.a. lid van de Commissie van Beroep van de Nederlandse Volleybalbond en vertrouwenspersoon bij volleybalvereniging Haaglanden te Voorburg. Voor meer informatie: sytema@delissenmartens.nl of 070-311 5411.


Artikel Hendrik Sytema op SportKnowHowXL 26 september 2017

Linkedin Twitter