Tandarts met één opdrachtgever geen ondernemer voor de inkomstenbelasting

Tandarts met één opdrachtgever geen ondernemer voor de inkomstenbelasting

Bij tandartsenpraktijken komt het regelmatig voor dat een externe tandarts wordt ingehuurd. Die is dan niet in dienst maar werkt als zelfstandig ondernemer.

Men kan denken aan de voormalige eigenaar van de praktijk die zijn praktijk heeft verkocht en vervolgens nog enkele dagen per week als zelfstandige voor de praktijk blijft werken. Ook kan men denken aan waarnemers die in verband met verlof of ziekte van een tandarts gedurende een bepaalde periode in de praktijk meedraait. Ook ziet men regelmatig tandartsen met een zeer specifieke expertise die binnen een bepaalde praktijk de meer gecompliceerde behandelingen verrichten.

Is externe tandarts zelfstandig?

Zowel voor de inkomstenbelasting als voor de loonbelasting als voor de werknemersverzekeringen doet zich bij dit soort samenwerkingsverbanden de vraag voor of de externe tandarts echt zelfstandig is. Mogelijk is sprake van een dienstverband met alle gevolgen van dien.

Uitspraak in zaak of zelfstandige tandarts zelf ondernemer is

Een dergelijk geval kwam voorbij in een uitspraak van Gerechtshof Den Haag van 4 augustus 2015. Die zaak betrof de vraag of de zelfstandige tandarts zelf ondernemer is. Zowel de rechtbank als daarna het gerechtshof oordeelden van niet. Volgens hen was de zelfstandige gewoon in dienstbetrekking werkzaam. Consequentie daarvan is dat de tandarts zelf geen recht heeft op diverse ondernemersfaciliteiten. Bovendien zou, hoewel de uitspraak daar niet over ging, de praktijk waarschijnlijk loonheffingen moeten afdragen. Ook voor de praktijken die mensen inhuren, is deze uitspraak dus van belang om eventuele fiscale risico’s goed te kunnen inschatten.

De zaak waar het om ging was een mevrouw X die als tandarts ingeschreven staat in het BIG register. Zij hield 50% van de aandelen in een praktijk-bv. De overige aandelen waren in handen van een familie.
Mevrouw X werkte in de praktijk naast een mondhygiëniste, drie tandartsassistenten en een waarnemend tandarts werkzaam. Mevrouw X zorgde voor de dagelijkse bedrijfsvoering van de praktijk.
X meende zelfstandig ondernemer te zijn en factureerde vanuit die eenmanszaak aan de praktijk. Haar factureren betroffen de verhuur van inventaris en apparatuur en haar honorarium voor de verrichte werkzaamheden. In de huurovereenkomst die X met betrekking tot de inventaris en apparatuur had gesloten met de praktijk stond uitdrukkelijk vermeld dat alle kosten en lasten ter zake van de inventaris en apparatuur voor rekening en risico van de BV kwamen. X liep daardoor feitelijk geen eigen risico voor die inventaris en apparatuur. Alle patiënten waren van de BV. X had geen eigen patiënten en was ook niet actief met het werven van patiënten. Volgens de rechtbank beoefende X geen zelfstandig beroep op grond waarvan zij ondernemer was. Immers, zij had geen eigen klanten en was ook niet bezig die aan zich te binden. Zij had slechts één opdrachtgever, namelijk de praktijk BV. X liep evenmin enig debiteurenrisico. Helaas voor X kon zij niet voldoende hard maken dat zij recht had op 50% van de gerealiseerde omzet op haar verrichtingen. Op basis van min of meer dezelfde feiten kwam het gerechtshof tot eenzelfde oordeel: mevrouw X was in dienstbetrekking werkzaam.

Wanneer wordt een ingehuurde tandarts als zelfstandige aangemerkt?

Om een ingehuurde tandarts (maar dit geldt ook ten aanzien van andere beroepsgroepen) als zelfstandige te kunnen aanmerken, zal deze derhalve zelf patiënten moeten hebben of in ieder geval verschillende opdrachtgevers. Ook zal de tandarts enig debiteurenrisico moeten lopen. Zowel de zelfstandige als de praktijk die iemand inhuurt, moet bij de vormgeving van de samenwerkingsovereenkomst aan deze aspecten zorg besteden.
Als de zelfstandige werkzaam is voor verschillende praktijken, zal er niet een dienstbetrekking zijn, zeker niet als de zelfstandige zelf patiënten werft en daadwerkelijk wordt betaald naar rato van de omzet op geleverde verrichtingen en zelf ook meeloopt in het debiteurenrisico daarop. 

Ook in de uitspraak van het gerechtshof was de samenwerking niet vorm gegeven om tot zelfstandigheid te kunnen komen. Dat is jammer voor mevrouw X die daardoor fiscale voordelen misloopt. Maar ook de praktijk bv loopt het risico op naheffingsaanslagen. Een resultaat derhalve waar geen van de betrokkenen blij mee zal zijn.
Laat een contract dan ook altijd goed vorm geven en besluit tot een dienstbetrekking als de samenwerking ook zo is vormgegeven of twijfel bestaat.

Download hier deze nieuwsflits als pdf 

 

Mocht u nog vragen hebben naar aanleiding van deze nieuwsflits of meer informatie willen dan kunt u contact opnemen met Ruud van den Dool (vandendool@delissenmartens.nl),  Ivo Janssens (janssens@delissenmartens.nl) of met uw eigen contactpersoon bij Delissen Martens T + 31 70 311 54 11.

Deze Nieuwsflits is slechts een algemene weergave van het geldende recht. Het kan op geen enkele wijze als advies in uw specifieke situatie dienen.

Linkedin Twitter