De schaduwzijde van goedkope chauffeurs uit Oost-Europa

In de juridische column ‘Een arbeidsovereenkomst in Polen?’ van september 2020 schreef Michaël van Basten Batenburg over de recente ontwikkelingen in het internationaal wegtransport als gevolg van de Coronacrisis. Hierdoor zijn veel opdrachtgevers, op zoek naar verlaging van kosten, gaan werken met chauffeurs uit Oost-Europa. De lonen van deze chauffeurs zijn namelijk aanzienlijk lager dan in Nederland.

Dit verschijnsel is echter niet nieuw. Omdat de welvaart in Oost-Europa de afgelopen jaren flink is gestegen, zijn er minder arbeidskrachten uit die landen beschikbaar voor werk in andere Europese landen. Hierdoor worden er steeds meer werknemers van buiten de EU gesignaleerd die tegen lage lonen in West-Europa.

Goedkope arbeid, armoedige arbeidsomstandigheden

Deze ontwikkeling is al enkele jaren zichtbaar binnen het internationale wegtransport en wordt mede veroorzaakt doordat veel grote opdrachtgevers werken met zeer scherpe tarieven. Omdat er ergens nog moet worden verdiend, wordt de ruimte veelal gevonden in goedkope arbeid. Vanwege de bescherming van de arbeidsmarkt in West-Europese landen met arbeidsomstandigheden conform de CAO’s, zijn laagbetaalde chauffeurs alleen te vinden in het minder goed beschermde Oost-Europa. Dat zijn dan vaak chauffeurs uit landen als Oekraïne, Wit-Rusland, Oezbekistan en de Filipijnen die in landen als Polen, Letland en Slowakije makkelijk aan een werkvergunning kunnen komen. Hoewel de werkgever formeel in het Oost-Europese land is gevestigd, worden de chauffeurs tewerkgesteld in Nederland – soms ook bij Nederlandse transportbedrijven.

Zo zijn er de afgelopen jaren meerdere malen groepen buitenlandse chauffeurs in Nederland aangetroffen die een erbarmelijk bestaan leidden. Zij leefden maandenlang in hun cabine, deden hun behoefte in de bosjes en douchten en wasten hun kleren op het parkeerterrein. Van het lage loon dat was afgesproken ontvingen zij maar een klein deel, dus geld voor een fatsoenlijke maaltijd was er niet. Daarbij bleek ook nog dat de chauffeurs door hun werkgevers werden bedreigd, in het bezit werden gesteld van valse trainingscertificaten en werden gedwongen de voorgeschreven rij- en rusttijden te negeren.

Strafrechtelijk onderzoek naar mensenhandel en mensensmokkel

In enkele gevallen loopt er momenteel in Nederland een strafrechtelijk onderzoek naar arbeidsuitbuiting (mensenhandel) en mensensmokkel betreffende buitenlandse vrachtwagenchauffeurs. Buitenlandse slachtoffers van mensenhandel hebben in Nederland recht op een tijdelijke verblijfsvergunning zolang het opsporingsonderzoek of de strafzaak tegen de verantwoordelijken loopt. Komt het tot een vervolging, dan heeft het slachtoffer het recht om in de strafzaak een vergoeding te vorderen in verband met materiële en immateriële schade, waaronder het te weinig ontvangen loon - naar Nederlandse maatstaven.

Buitenlandse rechtspersonen en verantwoordelijken kunnen in Nederland ook worden vervolgd voor uitbuiting die in Nederland plaatsvond. In de praktijk blijkt er vaak een link te bestaan met Nederlandse transportbedrijven die willens en wetens hebben meegewerkt aan de constructie van tewerkstelling via Oost-Europese werkgevers. De praktijk laat echter zien dat het in dit soort zaken slechts zelden tot een veroordeling komt.

De reden is dat mensenhandel moeilijk valt te bewijzen, vooral als het gaat om het vereiste element van dwang. De handhavingsdiensten krijgen moeilijk vat op de chauffeurs, dit ook omdat er weinig controles zijn in Nederland. Daarnaast zijn de chauffeurs soms al uit beeld voordat het onderzoek is opgestart en zijn de constructies van onderaanneming soms te complex om de verantwoordelijke(n) aan te kunnen wijzen. Tot slot blijkt dat de werkgevers in Nederland zich vrij gemakkelijk aan hun verantwoordelijkheid kunnen onttrekken door aan te sturen op een faillissement, om vervolgens weer verder te gaan met een nieuwe onderneming.

‘De Pandemie in het wegtransport’

De FNV maakt zich al jaren hard voor bestrijding van deze vorm van uitbuiting. Dit ook om oneerlijke concurrentie tegen te gaan en de eigen achterban te beschermen. In het rapport 'De Pandemie in het wegtransport' van juni 2020 spreekt de FNV sinds de Coronarisis van een ‘explosieve groei’ van chauffeurs uit niet EU-landen, met lonen van tussen de € 100 en € 600 per maand. De FNV zoekt de oorzaak van dit verschijnsel vooral bij de opdrachtgevers: “Decennia van onderaanneming en deregulering hebben de sector intransparant gemaakt. Daardoor weten de klanten van deze transporteurs vaak niet eens welke chauffeurs hun goederen vervoeren, of willen dat eenvoudigweg niet eens zien”.

Recentelijk nog legde de FNV misstanden bloot bij IKEA-chauffeurs. Het verschijnsel is dus niet nieuw, maar als gevolg van de Coronacrisis wel actueler dan ooit.

Vragen?

Bij vragen over het bovenstaande of voor meer informatie over dit onderwerp kunt u zich wenden tot Jeroen Maas (070-3115411 of maas@delissenmartens.nl), advocaat Migratierecht bij Delissen Martens Advocaten.

Gepubliceerd op Transport Online.

Gepubliceerd op: 3 december 2020 in Bestuursrecht
Vragen?
Neem contact op met Jeroen (J.S.) Maas
De schaduwzijde van goedkope chauffeurs uit Oost-Europa
Delen: