Leeftijdsdiscriminatie in wachtgeldregelingen

Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (“COA”) werd onlangs door de Rechtbank Den Haag veroordeeld om het AOW-gat van een viertal werknemers te dichten (uitspraak). Wat was er aan de hand?

Casus

Op grond van de (toenmalige) CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening kregen de betreffende werknemers wachtgeld toegekend (een uitkering bij werkloosheid). De nadere voorwaarden om in aanmerking te komen voor wachtgeld zijn geregeld in de “Uitvoeringsregeling L Wachtgeld”. Hierin is bepaald dat het recht op wachtgeld eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin de rechthebbende 65 jaar wordt.

Ten tijde van het ontslag van de werknemers was de AOW-gerechtigde leeftijd nog 65 jaar. Er leek dus niets aan de hand. Sindsdien werd de AOW-gerechtigde leeftijd echter in stappen verhoogd naar 67-jaar. Het gevolg hiervan was een gat in de inkomsten tussen het einde van de wachtgelduitkering en de aanvang van de AOW-uitkering.

De werknemers verzochten in de procedure om het COA te veroordelen om het aan hen toekomende wachtgeld uit te blijven keren totdat zij de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken. Met succes.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een verboden onderscheid naar leeftijd. Er is sprake van discriminatie tussen de groep rechthebbenden, die volledig gebruik hebben kunnen maken van de maximale wachtgeldduur en inmiddels “naadloos” zijn overgegaan van de wachtgeldregeling in een AOW-uitkering, en de groep rechthebbenden, die nog niet hun maximale wachtgeldduur hebben verbruikt. Deze laatste groep loopt tegen een “gat” aan tussen het einde van de wachtgeldregeling en het begin van hun AOW-uitkering. De enige bepalende factor hierbij is de leeftijdsgrens van 65 jaar en in de situatie waarbij de AOW-gerechtigde leeftijd gelijkelijk wordt verhoogd, levert dat een onderscheid naar leeftijd op. De kantonrechter overweegt voorts dat voor het gemaakte onderscheid geen rechtvaardiging bestaat, noch sprake is van een legitiem doel. Het gemaakte onderscheid lijkt niet noodzakelijk.

Met verwijzing naar de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd (WGBL) oordeelt de kantonrechter dat inderdaad sprake is van verboden onderscheid. Het COA dient om die reden het wachtgeld uit te blijven keren tot het moment dat de werknemers de voor hen geldende AOW-gerechtigde leeftijd bereiken.

Conclusie

Vandaag de dag circuleert er nog tal van wachtgeldregelingen in verschillende soorten en maten, waarin nog geen rekening is gehouden met de stapsgewijze verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Werknemers kunnen met een beroep op de WGBL mogelijk succesvol een claim neerleggen bij de werkgever tot continuering van de uitkering tot de AOW-gerechtigde leeftijd.

 

Heeft u (als werkgever of werknemer) vragen en/of te maken met discussies rondom wachtgeldregelingen, dan kunt u contact opnemen met Jim Kaldenberg of met uw eigen contactpersoon bij Delissen Martens.

Deze Nieuwsflits is slechts een algemene weergave van het geldende recht. Het kan op geen enkele wijze als advies in uw specifieke situatie dienen.

Gepubliceerd op: 15 december 2017 in Arbeidsrecht, Ontslag, Pensioenrecht
Vragen?
Neem contact op met Jim (J.) Kaldenberg
Leeftijdsdiscriminatie in wachtgeldregelingen
Delen:

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven? Wij sturen periodiek een gratis nieuwsbrief met actualiteiten op juridisch gebied.