Reparatiewetgeving voor de transitievergoeding

Dat de transitievergoeding in sommige gevallen wel eens (heel) hoog kon uitpakken in het geval van seizoenwerkers, werd de laatste tijd veelvuldig opgemerkt en beschreven. Immers, voor de berekening van de transitievergoeding zouden alle arbeidsovereenkomsten, die elkaar met minder dan zes maanden hebben opgevolgd, worden samengeteld. Daar doet zich direct het probleem voor: regelmatig maken (seizoen)werkgevers gebruik van de mogelijkheid een ‘keten’ van arbeidsovereenkomsten gedurende drie maanden te onderbreken, om vervolgens een nieuwe keten te kunnen starten. Deze ketens zouden nu voor de berekening van de transitievergoeding worden samengeteld, met een hoge vergoeding tot gevolg.

Hoewel Minister Asscher van Sociale Zaken in eerste instantie aangaf dat het hier ging om bewust gemaakte keuzes, is er nu toch reparatiewetgeving verschenen. De toegevoegde bepalingen beperken de gevolgen van de invoering van de transitievergoeding, waarop werkgevers zich niet konden voorbereiden. Bovendien wordt voorkomen dat werkgevers – uit angst voor de transitievergoeding – tijdelijke werknemers niet langer in dienst nemen.

Maatregelen
De eerste maatregel houdt in dat arbeidsovereenkomsten, die vóór 1 juli 2012 zijn geëindigd, niet samengeteld worden als zij elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van méér dan drie maanden (of een andere termijn, indien dat op grond van die CAO gold). Arbeidsovereenkomsten, die elkaar na deze datum met een onderbreking van ten hoogste zes maanden opvolgen, tellen dus wel mee voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding.

Er geldt één uitzondering op voornoemde samentellingsregeling: als de arbeidsovereenkomst op of na 1 juli 2015 voor onbepaalde tijd wordt voorgezet, tellen tijdelijke contracten, die elkaar hebben opgevolgd met een tussenpoos van meer dan drie maanden, helemaal niet meer mee voor de hoogte van de transitievergoeding (dus ook niet die van ná 1 juli 2012!). Dit is uiteraard een maatregel ter bevordering van het geven van contracten voor onbepaalde tijd door de werkgever.

Tot slot kan de werkgever de verschuldigde transitievergoeding nog uitstellen, door de werknemer, wiens tijdelijke arbeidsovereenkomst op of na 1 juli 2015 eindigt, te garanderen dat de arbeidsrelatie binnen zes maanden zal worden voortgezet. Hiermee wordt het verschuldigd zijn van de transitievergoeding dus uitgesteld (maar niet afgesteld!).

Beperking
Zoals gezegd: de gevolgen worden beperkt. Toch kan de werkgever met een transitievergoeding worden geconfronteerd, waarmee hij geen rekening had gehouden. Het is dan ook verstandig om nu al een inventarisatie te maken van de werknemers waarvoor dit mogelijk zou kunnen gelden. Zo worden vervelende verrassingen voorkomen.

Mocht u nog vragen hebben naar aanleiding van deze nieuwsflits of meer informatie willen dan kunt u contact opnemen met Merienke Zwaan (zwaan@delissenmartens.nl),  Sophie Stolker (stolker@delissenmartens.nl) of met uw eigen contactpersoon bij Delissen Martens T + 31 70 311 54 11.

Lees hier deze nieuwsbrief als pdf


Deze Nieuwsflits is slechts een algemene weergave van het geldende recht. Het kan op geen enkele wijze als advies in uw specifieke situatie dienen.

Gepubliceerd op: 13 maart 2015
Reparatiewetgeving voor de transitievergoeding
Delen:

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven? Wij sturen periodiek een gratis nieuwsbrief met actualiteiten op juridisch gebied.