S.O.S.: Onderzeeboot zonder ligplaatsvergunning

Onderzeeër in NDSM-haven

Per jaar vist de gemeente Amsterdam ongeveer 15.000 fietswrakken uit de grachten. Maar het zijn niet alleen fietsen die in de Amsterdamse wateren liggen. Sinds geruime tijd ligt in de haven van de Nederlandsche Dok en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM-haven) een onderzeeboot die in 1956 in gebruik werd genomen door de Russische marine. Het betreft een onderzeeër die in 1991 door een aantal ondernemers naar Nederland is gehaald wegens zijn uniek historische karakter. Vanaf 2002 ligt de boot zonder ligplaatsvergunning in de NDSM-haven.

In strijd met Verordening op het binnenwater 2010

Aangezien de onderzeeboot wegens achterstallig onderhoud in slechte staat verkeert, heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam de (vermoedelijke) eigenaar gevraagd om de boot te slopen. Het Belgische bedrijf Marintec Shipyards heeft in 2013 een koopovereenkomst gesloten om de onderzeeër naar België te vervoeren en aldaar te laten slopen. Aangezien de boot 1500 kilogram asbest bevat, is een transportvergunning van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) nodig. Deze vergunning is echter nooit verleend omdat hiervoor door de ILT een waarborgsom van een miljoen euro werd geëist.

Gelet op het feit dat de eigenaar niet over een ligplaatsvergunning beschikt, wordt door de eigenaar in strijd gehandeld met artikel 2.5.2. van de Verordening op het binnenwater 2010 (Vb). Het college van B en W heeft op grond hiervan en gezien de slechte staat van de onderzeeër op grond van artikel 5:21 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) een last onder bestuursdwang opgelegd.

Last onder bestuursdwang

Een last onder bestuursdwang is een bestuursrechtelijke handhavingsmaatregel. Het betreft een zogenaamde herstelsanctie. Dit betekent dat er geen boete wordt opgelegd maar dat de overtreder in de gelegenheid wordt gesteld om de overtreding binnen een bepaalde termijn ongedaan te maken. Doet de overtreder dat niet, zal het desbetreffende bestuursorgaan het heft in eigen handen nemen en de overtreding zelf ongedaan maken. De kosten hiervan komen voor rekening van de overtreder.

Hierbij is het natuurlijk wel zaak dat de daadwerkelijke overtreder wordt aangeschreven. Op grond van artikel 5:24 lid 3 Awb kan een last onder bestuursdwang alleen worden opgelegd aan de overtreder en de rechthebbende op het gebruik van de zaak waarop de last ziet.

De vraag in deze zaak was wie als overtreder conform artikel 5:1 lid 2 Awb moest worden aangemerkt. Het college van B en W was, gelet op de koopovereenkomst uit mei 2013, in de veronderstelling dat het Belgische bedrijf eigenaar van het schip was en daarom ook als overtreder diende te worden gekwalificeerd.

Geen overtreder

Het bedrijf was het hiermee niet eens en tekende bezwaar aan tegen de last onder bestuursdwang. Volgens het bedrijf was er in 2013 een koopovereenkomst gesloten met als enig doel om de onderzeeboot naar België te vervoeren om aldaar over te gaan tot de sloop van het schip. Kortom, de koopovereenkomst en de daarmee beoogde overdracht van het eigendom, zouden slechts van tijdelijke aard zijn en zagen uitsluitend op de sloop van de onderzeeboot. Het was nooit de bedoeling dat het Belgische bedrijf definitief eigenaar zou worden van de onderzeeër. De koopovereenkomst is in september 2017 ontbonden toen bleek dat het wegens de weigering van de transportvergunning onmogelijk bleek te zijn om de boot naar België te vervoeren. Het doel van de overeenkomst kon daarmee niet worden bereikt, waardoor de koopovereenkomst kon worden ontbonden. Het Belgische bedrijf is dan ook van mening dat zij niet als overtreder kan worden aangemerkt nu het niet aan haar te wijten is dat het schip in slechte staat verkeert en zonder ligplaatsvergunning in de NSDM-haven ligt.

Uitspraak Raad van State

In hoger beroep oordeelt de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 20 februari 2019 dat het inderdaad niet redelijk is om het Belgische bedrijf op te dragen de onderzeeboot uit de Amsterdamse haven te verwijderen. Alhoewel het schip gezien de slechte staat een risico kan vormen voor het milieu en handhavend optreden daarom op zichzelf gerechtvaardigd is, heeft het college van B en W niet de juiste overtreder aangeschreven. Het bedrijf heeft volgens de rechter aannemelijk gemaakt dat zij uitsluitend met het oog op de sloop voor enige tijd een koopovereenkomst met de eigenaar heeft gesloten en dus niets te maken had met de illegale situatie.

Deze uitspraak is een mooi voorbeeld van een feitelijke afweging of bij het opleggen van een last onder bestuursdwang wel de juiste overtreder is aangeschreven.

En nu?

Hoe gaat het nu verder? Kennelijk staat vast dat de onderzeeër uit milieuoverwegingen moet worden verwijderd. Niet bekend is of het college van B en W de 'echte' eigenaar een last onder bestuursdwang heeft opgelegd. Het college van B en W heeft inmiddels wel stappen gezet richting verwijdering van de onderzeeër uit het IJ. Volgens dit nieuwsbericht zou er afgelopen december een aanbesteding zijn gestart om een partij te vinden die de onderzeeër uit de Amsterdamse haven kan verwijderen. Dit zou erop kunnen wijzen dat het college op grond van artikel 5:31 lid 1 Awb gebruik maakt van het instrument van spoedeisende bestuursdwang. Dat betekent dat ingeval er niet langer kan worden gewacht en dus geen tijd is om de overtreder een begunstigingstermijn (een last) te bieden, het college zelf in actie kan komen en tot verwijdering van de onderzeeër over kan gaan. Het college zal de spoedeisendheid wel moeten kunnen onderbouwen. De kosten voor toepassing van spoedeisende bestuursdwang zullen op grond van artikel 5:25 Awb op de eigenaar worden verhaald.

Maar wat als de eigenaar, respectievelijk de overtreder niet kan worden opgespoord? De vraag is wie dan voor de kosten zal opdraaien. Staatsraad Advocaat-Generaal mr. P.J. Watter zegt het in zijn conclusie van 4 april 2018 klip en klaar. In dat geval betalen u en ik.

 

Dit blog is slechts een algemene weergave van het geldende recht. Het kan op geen enkele wijze als advies in uw specifieke situatie dienen.

Gepubliceerd op: 28 februari 2019 in Bestuursrecht
Vragen?
Neem contact op met Janina (J.E.) Hamann
S.O.S.: Onderzeeboot zonder ligplaatsvergunning
Delen:

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven? Wij sturen periodiek een gratis nieuwsbrief met actualiteiten op juridisch gebied.